dinsdag 11 september 2012

Vissen en heel hard schaatsen

De Poepjesen stammen uit de omgeving van het Tjeukemeer ten noordoosten van De Lemmer. Van oorsprong waren het vooral binnenvissers, maar vanaf 1900 richtten zij zich steeds meer op de Zuiderzee. Lykele Poepjes (1874-1940) was de derde zoon in een rij van tien kinderen. Zeven van de acht zonen werden visser en één van deze acht stapte over naar de vishandel. De broers huisden in woonarken en stichtten op hun beurt ook weer grote gezinnen. Ze konden ook goed schaatsen. Vooral Arend Poepjes die met zijn woonark tussen Lemmer en Kuinre lag en de vrije tijd naast het vissen vulde met hardlopen en fietsen, en oefeningen aan de rekstok die hij in de nabijheid van zijn vaartuig plaatste. Levertraan en droog spek at hij veel, alcoholhoudende dranken gebruikte hij nooit.

Op de foto Hans en Geertje Poepjes met aan hun rechterzijde dochter Klaasje en hardrijder op de schaats Arend. Aan hun linkerzijde Renske en Jacob, de enige zoon die boer werd. Staande van links naar rechts Lykele, Douwe, Klaas, Pieter, Jan en Johannes.

donderdag 6 september 2012

Vissen met de zegen

De foto toont het vissen met de zegen aan de dijk bij Schellinkhout. Vooraan Griet Bijma, achter haar een dochter, dan Hendrik en ten slotte Minze in de boot.

Na de afsluiting van de Zuiderzee en de aanleg van de Noordoostpolder kwam Lemmer in een soort hoek te liggen wat sommige vissers deed besluiten te verhuizen. Zo ook Hendrik Bijma en zijn gezin. Zij verhuisden eerst naar Hindeloopen en later naar Schellinkhout. Ze visten met de schouw die ze hadden omgedoopt in SH 1 en die in Hoorn lag. Zoon Minze was ook aan boord maar deze had weinig op met het visserijbedrijf. Hendrik viste met snoekbaarsnetten en botnetjes. En soms loonde het de moeite om vanaf de dijk bij huis met een zegentje op snoekbaars te vissen. “Nou we woonden daar toch” zegt Hendrik, “de tuin zat aan de zeedijk vast, dus we hadden maar even over de zeedijk te lopen en dan in de boot, die lag daar voor anker.”

dinsdag 4 september 2012

Socialistische vissers

De vissersbevolking van De Lemmer was voor het overgrote deel onkerkelijk en koesterden in meerderheid socialistische opvattingen; zij waren mannen van Domela Nieuwenhuis. De Lemsters zagen er bijvoorbeeld ook geen probleem in om, als het zo uitkwam, 's zondags uit te varen. In 1894 werd de landelijke S.D.A.P. opgericht, kort voor 1900 kreeg De Lemmer een plaatselijke afdeling. In 1907 splitste zich zelfs een meer radicale marxistisch gerichte stroming af: de Sociaal Democratische Partij en hier kwam in 1918 in Nederland de Communistische Partij Nederland uit voort, die ook in De Lemmer een afdeling kreeg met veel aanhang onder de vissers, vooral bij de knechten.

Deze foto werd genomen tijdens een haringteelt omstreeks de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).