Jan Kes was één van de figuren die door hun bijzondere gedrag en uitspraken een aparte plaats in de dorpsgemeenschap innam. Hij had een tijd op de grote vaart gevaren en daar een soort steenkolenengels aan overgehouden. Door zijn kennis van deze vreemde taal en zijn grote vrijheid van optreden maakte hij snel contact met buitenlanders; waarschijnlijk was hij ook de meest gefotografeerde Volendammer! Verder was hij bijzonder geïnteresseerd in gedichten en rijmpjes, waaronder ook die in botters voorkwamen (zie eerdere post). Hij wist daar voor de vuist weg veel van te reciteren.
Jan Kes aan boord van zijn VD 46. Getuige de lier achter op de trog, dateert deze opname van na de overschakeling op de dwarskuilvisserij.
Posts tonen met het label Volendam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Volendam. Alle posts tonen
vrijdag 20 december 2013
woensdag 5 december 2012
Van hout naar ijzer en weer terug naar hout…
Van 1911 tot 1913 bestelden tien Volendammers een ijzeren schip bij de Werf Vooruit in Enkhuizen. De bouwtijd van zo’n ijzeren schip betrof ongeveer 2,5 tot drie maanden. Maar omdat de Volendammer vissers niet erg goed konden wennen aan het ijzer werden ze praktisch allemaal na korte tijd weer naar elders verkocht. Eén reden was dat de vissers de schepen niet vonden ogen, ze keken liever naar hout. Toch waren het fantastische zeeschepen die heel veel wind konden hebben, soms zo veel dat het zeil bijna van de mast afwaaide. En wat erg prettig werd gevonden: als je omlaag zat dan deed je het deurtje dicht en dan was het net alsof je in een hotel zat. Dat had je niet met die oude houten botters, dan moest je pompen of verzuipen!
Op de foto de ijzeren kleine botter VD 2 van Jan Tol.
Op de foto de ijzeren kleine botter VD 2 van Jan Tol.
maandag 3 december 2012
Het aas voor de botvisserij
Al eerder hebben we gelezen dat gekookte garnaal diende als aas. Je kocht een mand garnalen van zo’n 50 pond, het liefst grote garnalen want je had ook grote haken.
Tot je ze nodig had bewaarde je ze in ‘karen’ (kisten met gaatjes) met je nummer erop buiten de haven, zodat ze levend bleven. Een oudere man die met een bootje hand- en spandiensten verrichtte voor de vissers zorgde ervoor dat de karen om 4 uur ’s morgens werden opgehaald en bezorgd bij de botters. Hij hing de kisten achter de botters en wekte de vissers.
De garnalen werden gekookt boven een open vuur in koperen ketels die door een koperslager in Edam waren gemaakt. Later kwamen ijzeren wasketels in gebruik. Aanvankelijk kookte men de garnalen in gewoon havenwater. Later werd ontdekt dat met zout gekookte garnalen het veel beter deden bij de vissen! Een kom of tien zout moest je bij het water doen dan ving je veel meer.
Op de foto zo’n oudere visser die de ‘karen’ bij de botters brengt.
Tot je ze nodig had bewaarde je ze in ‘karen’ (kisten met gaatjes) met je nummer erop buiten de haven, zodat ze levend bleven. Een oudere man die met een bootje hand- en spandiensten verrichtte voor de vissers zorgde ervoor dat de karen om 4 uur ’s morgens werden opgehaald en bezorgd bij de botters. Hij hing de kisten achter de botters en wekte de vissers.
De garnalen werden gekookt boven een open vuur in koperen ketels die door een koperslager in Edam waren gemaakt. Later kwamen ijzeren wasketels in gebruik. Aanvankelijk kookte men de garnalen in gewoon havenwater. Later werd ontdekt dat met zout gekookte garnalen het veel beter deden bij de vissen! Een kom of tien zout moest je bij het water doen dan ving je veel meer.
Op de foto zo’n oudere visser die de ‘karen’ bij de botters brengt.
donderdag 29 november 2012
Klagen over de haven
Het bestuur van Edam nam al in 1718 het besluit om in Volendam een zeehaven te bouwen. In 1735 doen de vissers hun beklag over de aantasting van de paalschermen door de paalworm en eisen van het gemeentebestuur herstelwerkzaamheden. In de negentiende eeuw voldeed de haven ook niet meer. De vissers klagen in 1866 over ruimtegebrek en de slechte toestand van de haven. Het Verslag van de Nederlandsche Zeevisscherijen bericht hierover. Maar de gemeente gaat onder zware lasten gebukt en de provincie en het Rijk moeten bijspringen om de verbeteringen tot stand te brengen. Er komen voorzieningen voor het aanmeren van de schepen en iets meer ruimte komt beschikbaar door het afgraven van een deel van de haven. De vissers blijven echter klagen over de ondiepte van de haven en het ruimtegebrek voor een vloot van inmiddels 146 vaartuigen. Besloten wordt de haven uit te breiden door een nieuwe kom te graven ten zuiden van de oude haven.
Tot ongeveer 1900 stond aan de haven het Boothuisje dat plaats moest maken voor de Gemeenteafslag en toen werd verplaatst naar het Noordeinde. Het bevatte o.a. de ijsvlet en materialen om, als het havengat in de wind lag, de schepen naar buiten te trekken. De ijzeren ijsvlet werd gebruikt om bij dooi, als de vloot weer naar buiten kon, het resterende ijs in de haven te breken.
Op de foto: Het breken van het ijs in de haven van Volendam met de ijsvlet.
Tot ongeveer 1900 stond aan de haven het Boothuisje dat plaats moest maken voor de Gemeenteafslag en toen werd verplaatst naar het Noordeinde. Het bevatte o.a. de ijsvlet en materialen om, als het havengat in de wind lag, de schepen naar buiten te trekken. De ijzeren ijsvlet werd gebruikt om bij dooi, als de vloot weer naar buiten kon, het resterende ijs in de haven te breken.
Op de foto: Het breken van het ijs in de haven van Volendam met de ijsvlet.
dinsdag 27 november 2012
Van houten naar ijzeren schepen
In de jaren 1911-1913 bestelden tien Volendammer vissers een ijzeren schip bij Werf Vooruit in Enkhuizen. Waarschijnlijk was één iemand de gangmaker en voortrekker van deze moderniseringsbeweging. Tegelijkertijd werden er overigens ook houten schepen toegevoegd, hetgeen duidt op goede inkomsten voor de visserij.
Ondanks het feit dat de ijzeren schepen fantastische vaartuigen waren, konden de Volendammers er niet erg aan wennen en werden de schepen bijna allemaal snel verkocht tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Meespeelde ook dat ze er toen flink veel geld voor konden krijgen.
De ijzeren kwakken waren zwaarder dan de houten en sommige vielen groot uit. Dan moest je het schip ook wel met drie man bezeilen, terwijl je het op een houten schip altijd met zijn tweeën afkon! En roest kreeg al snel de overhand in de ijzeren schepen die om die reden heel goed moesten worden onderhouden.
Op de foto de ijzeren (kleine) botter VD van Jan Tol uit Volendam.
Ondanks het feit dat de ijzeren schepen fantastische vaartuigen waren, konden de Volendammers er niet erg aan wennen en werden de schepen bijna allemaal snel verkocht tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Meespeelde ook dat ze er toen flink veel geld voor konden krijgen.
De ijzeren kwakken waren zwaarder dan de houten en sommige vielen groot uit. Dan moest je het schip ook wel met drie man bezeilen, terwijl je het op een houten schip altijd met zijn tweeën afkon! En roest kreeg al snel de overhand in de ijzeren schepen die om die reden heel goed moesten worden onderhouden.
Op de foto de ijzeren (kleine) botter VD van Jan Tol uit Volendam.
woensdag 21 november 2012
Vis om te consumeren
In de Zuiderzee werd onder meer haring, spiering en ansjovis gevangen.
Haring was er in verschillende soorten: sleepharing, fuikharing en kuilharing, afhankelijk van het visnet waarmee je ze ving.
Spiering werd in Nederland bijna niet gegeten en als je het at dan bakte je het ‘in een zoodje’ met mosterd. Veel spiering werd gevangen in de monden van de IJssel en voor de Ketel en werd verkocht aan Parijs.
De ansjovis was van groot belang voor de vissers omdat daar het meeste mee werd verdiend. En ook bij de ansjovis kon je onderscheid maken tussen kuil-ansjovis en staande netten-ansjovis. De kuilansjovis moest gekopt worden voordat ze werd verpakt en dat was een werkje dat meestal door jongeren werd gedaan. Het kopje werd er afgetrokken en dan kwamen de ingewanden tegelijk mee.
Op de foto het lossen van haring bestemd voor hotel Spaander in Volendam.
Haring was er in verschillende soorten: sleepharing, fuikharing en kuilharing, afhankelijk van het visnet waarmee je ze ving.
Spiering werd in Nederland bijna niet gegeten en als je het at dan bakte je het ‘in een zoodje’ met mosterd. Veel spiering werd gevangen in de monden van de IJssel en voor de Ketel en werd verkocht aan Parijs.
De ansjovis was van groot belang voor de vissers omdat daar het meeste mee werd verdiend. En ook bij de ansjovis kon je onderscheid maken tussen kuil-ansjovis en staande netten-ansjovis. De kuilansjovis moest gekopt worden voordat ze werd verpakt en dat was een werkje dat meestal door jongeren werd gedaan. Het kopje werd er afgetrokken en dan kwamen de ingewanden tegelijk mee.
Op de foto het lossen van haring bestemd voor hotel Spaander in Volendam.
woensdag 14 november 2012
De coöperatieve visafslag te Volendam
In Volendam was een Gemeentelijke Visafslag, opgericht in 1901, maar de inkomsten daarvan kwamen niet ten goede aan de eigen gemeenschap. Daarom nam in 1918 een aantal voormannen van de vissersvloot het initiatief om een coöperatieve visafslag op te richten. Deze moest zonder winstoogmerk draaien; de opbrengst kwam ten goede aan een onderlinge verzekeringskas, het oude mannenhuis en liefdadige doelen. Snel werd een ruimte ingericht en Koninklijke goedkeuring aangevraagd en daarna kon de visafslag van start gaan. De visafslag werd later vergroot en gemoderniseerd en heeft vele projecten in Volendam financieel mogelijk gemaakt!
Op de foto een kijkje in de afslag.
Op de foto een kijkje in de afslag.
donderdag 8 november 2012
Een kijkje in de visserijschool
In Volendam was in 1900 een visserijschool opgericht op initiatief van de afdeling Volendam van de Vereniging ter Bevordering van de Nederlandsche Visscherij en met steun van de gemeenteraad. Er was toen behoefte aan zo’n school omdat de uitbreiding van de vissersvloot geen gelijke tred hield met de bijzonder snelle toename van de vissersbevolking. Er waren veel jonge Volendammer vissers die dienst moesten nemen op loggers en bommen van Vlaardingen en Scheveningen. De visserskinderen, jongens van 14 jaar en ouder, kregen op school de theorie van de Zuiderzeevisserij en werden onderwezen in het navigeren, knopen, splitsen en boeten.
Leraren waren B. Demmer en L. Spaander, een oud-schipper. De lessen werden gegeven van 1 november tot 1 maart en in 1900 waren er zestig leerlingen. In latere jaren liet het geregelde bezoek aan de school nogal wat te wensen over. De vissers gingen namelijk in de winter bij open water ook naar zee en veel jongeren deden dan dienst als knecht.
Leraren waren B. Demmer en L. Spaander, een oud-schipper. De lessen werden gegeven van 1 november tot 1 maart en in 1900 waren er zestig leerlingen. In latere jaren liet het geregelde bezoek aan de school nogal wat te wensen over. De vissers gingen namelijk in de winter bij open water ook naar zee en veel jongeren deden dan dienst als knecht.
dinsdag 6 november 2012
Van visser tot fabrieksarbeider
De Zuiderzeesteunwet is ingesteld om de financiële en economische gevolgen van de bouw van de Afsluitdijk en de gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee op te vangen en te compenseren. Vissers en zij die werkzaam waren in de nevenbedrijven van de Zuiderzeevisserij kregen bijvoorbeeld een tegemoetkoming voor omscholing of als compensatie voor het minder waard worden van hun vaartuigen en vistuig. Veel plaatsen gingen andere industrieën vestigen om werkgelegenheid te creëren voor oud-vissers. Zo werd in Volendam de ENKEV (Eerste Nederlandsche Kunst-haarspinnerij Edam-Volendam) gesticht. Maar jammer genoeg ging deze ook al snel weer failliet en kwamen de mensen op straat te staan. Velen hebben toen krediet aangevraagd in het kader van de Zuiderzeesteunwet en zijn weer gaan vissen.
Op deze foto zien we oud-vissers in overall voor de fabriek.
Op deze foto zien we oud-vissers in overall voor de fabriek.
donderdag 1 november 2012
Jan Kes (1887-1975), een markant persoon
Binnen Volendam was Jan Kes (1887-1975) een markant persoon, opvallend vanwege uitspraken en gedrag. Vanaf zijn tiende viste hij al op de Zuiderzee, toen voor tien cent per week. We hebben het dan over circa 1900. Op zijn twaalfde ging hij mee vissen op de Noordzee omdat de verdiensten in de Noordzeevisserij beter waren. Vanuit IJmuiden visten Volendammers en Huizers met hun kor en botters. Tot 1940 gingen veel Volendammers werken bij grote Amsterdamse scheepvaartmaatschappijen. Ook Kes ging van 1908 tot 1914 naar ‘de grote vaart’. De reizen duurden zo’n drie maanden en en hij verdiende als kwartiermeerster zo’n 44 gulden, exclusief de bonussen. Van 1915 tot 1968 voer hij met de VD 46 weer als schipper op de Zuiderzee.
Op de foto Jan Kes aan boord van zijn VD 46. Getuige de lier achter op de trog dateert de opname van na de overschakeling op de dwarskuilvisserij.
Op de foto Jan Kes aan boord van zijn VD 46. Getuige de lier achter op de trog dateert de opname van na de overschakeling op de dwarskuilvisserij.
Abonneren op:
Posts (Atom)









