Posts tonen met het label boter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boter. Alle posts tonen

woensdag 13 maart 2013

De op- en neergang van de Vollenhover vloot

Buiten het verplichte registratieteken en –nummer droeg geen enkel vissersvaartuig in Vollenhove een naam. De schuiten of bonsjes vertoonden een uniformiteit qua tonnage (altijd 16) en viswant. Steeds ging het om haringnetten, spieringnetten, botnetten en dwarskuil. Alleen het ansjoviswant vertoonde variaties. En zijden botnetten vond je alleen bij bolletjes en punters en een paar punters visten met (paling-)fuiken.
In 1886 bestond de Vollenhover vloot uit 107 schepen, in 1907 waren er 179 vaartuigen geregistreerd, 64 boten gebruikt voor het ansjovisvissen, dertien punters, twee bolletjes en 108 bonsjes (visschuiten). Aan de hand van het archief van de Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet weten we dat er in 1937, dus na de afsluiting van de Zuiderzee, nog maar 54 vaartuigen over waren. Toen begon de visserij op snoekbaars vruchten af te werpen!


Op de foto uitzeilende schuiten en op de voorgrond de VN 29.

vrijdag 7 december 2012

Smullen en smikkelen aan boord (niet echt)

Om te eten aan boord met vier man bemanning nam je mee: meel, rijst en roggebrood, maar van het roggebrood nam je niet te veel mee want dat beschimmelde toch. Dan nog een zak aardappelen en een vaatje boter van dertig pond, een ronde gele kaas en brood. Koffie bracht je op kleur met chichorei. Melk gebruikte je niet aan boord, want dat was niet goed te houden. En een borreltje was er ook niet aan boord!
Met de genoemde ingrediënten werden vooral gemaakt: meelkost en/of rijst met gebakken vis en aardappels. Een gerecht was bijvoorbeeld Schokkertroet: meel in de kom, een beetje zout erbij, kokend water er langzaam bijgieten en dan roeren totdat het geheel gebonden was tot stijf deeg. In het midden maakte je een kuiltje voor de stroop en boter. Troet werd echter niet veel gegeten omdat men het nogal armoedig vond. En het was meteen koud, terwijl rijstgerechten lekker warm bleven.
Een zoodje bestond uit aardappelen en Zuiderzeevis van het seizoen (scholletjes, botjes, aaltjes, knorhanen, puitaaltjes en spieringen), lekker bij elkaar in één pan en het liefste in (zoet) regenwater gekookt, niet in zeewater, want dat werd te zout, met een grote klont boter en heerlijke mosterd.

Op de foto: Jaap Kwakman, links en Albert Koning op de VD 67, een zoodje nuttigend.