Eind negentiende eeuw waren er in Harderwijk twee werven, die van Van Kuikhoven en die van Ten Cate. De werf van Van Kuikhoven werd gekocht door Johan Oost en Neeltje Metz (geboren te Urk). Zij knapten de werf op en richtten haar opnieuw in. In 1903 betrokken zij een nieuw gebouwd woonhuis op de werf.
De werf bouwde en repareerde Noord- en Zuiderzeebotters, pluten en andere kleine vissersvaartuigen. In 1911 werd er een smederij toegevoegd aan de werf. Hier werkte Adriaan Roggeveen die ook paardensmid was. In 1930 gaf vader Johan Oost de werf door aan zijn zoon Lourens, maar hij werkte nog door tot zijn tachtigste. Hij overleed in 1955.
Op de foto de werf van Van Kuikhoven in Harderwijk.
donderdag 25 juli 2013
maandag 22 juli 2013
Het kustgebied van Harderwijk
Het waren vooral de zijdenet- en walvissers van Harderwijk die intensief gebruik maakten van het kustgebied van Harderwijk. Zij kenden dit gebied op hun duimpje en gaven hun eigen namen aan de bodemverschillen en ondiepten van de Zuiderzee.
Het Spiek bijvoorbeeld was een langs de Veluwekust op geregelde afstand in zee uitstekende zandbank. En Ermelo werd door Harderwijkers Horloo genoemd. De Bonkes was een strook van ca. 4 meter breedte met stenen, vermoedelijk een oude rijweg, en 't Veengat was veengrond die ca. 1 kilometer westelijk van de haven lag. In het Armenzakje werd nooit wat gevangen, want daar reikte de modder bijna tot aan de wal!
Op de foto het gezicht op Harderwijk ca. 1925 vanaf de noordelijke havendam.
Het Spiek bijvoorbeeld was een langs de Veluwekust op geregelde afstand in zee uitstekende zandbank. En Ermelo werd door Harderwijkers Horloo genoemd. De Bonkes was een strook van ca. 4 meter breedte met stenen, vermoedelijk een oude rijweg, en 't Veengat was veengrond die ca. 1 kilometer westelijk van de haven lag. In het Armenzakje werd nooit wat gevangen, want daar reikte de modder bijna tot aan de wal!
Op de foto het gezicht op Harderwijk ca. 1925 vanaf de noordelijke havendam.
Walvissers, een aparte categorie
Een aparte categorie onder de Zuiderzeevissers waren de zogenaamde walvissertjes. Directeur F. Lieben van de Gemeentelijke Visafslag stelde in 1915 voor om voor deze vissers iets extra's te doen. Het waren kleine vissers die hun waar door hun echtgenote in de stad lieten verkopen. Zij kregen korting op het gebruik van de afslag voor het verkopen van hun vis.
De werkwijze van de visafslag van Harderwijk vond al snel navolging in andere Zuiderzeeplaatsen. Een visser kwam bij de visafslag en gaf bij de directeur aan hoeveel hij wilde verkopen. Desgewenst bracht hij een voorbeeldvisje van zijn waar in en legde dit in een aparte bak zodat een ieder kon zien om welke kwaliteit vis het ging. De verkochte vis moest natuurlijk aan het monster voldoen. De beëdigde weger woog de partij en gaf het verkochte af aan de koper. De laatste gaf tenslotte een bewijs van ontvangst af.
Op de foto een veelsoortigheid aan vaartuigjes, gebruikt door walvissers, liggend aan het havenhoofd van Harderwijk.
De werkwijze van de visafslag van Harderwijk vond al snel navolging in andere Zuiderzeeplaatsen. Een visser kwam bij de visafslag en gaf bij de directeur aan hoeveel hij wilde verkopen. Desgewenst bracht hij een voorbeeldvisje van zijn waar in en legde dit in een aparte bak zodat een ieder kon zien om welke kwaliteit vis het ging. De verkochte vis moest natuurlijk aan het monster voldoen. De beëdigde weger woog de partij en gaf het verkochte af aan de koper. De laatste gaf tenslotte een bewijs van ontvangst af.
Op de foto een veelsoortigheid aan vaartuigjes, gebruikt door walvissers, liggend aan het havenhoofd van Harderwijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)


