vrijdag 17 januari 2014

Inschrijving van de AM 92

De AM 92 heette voorheen de MK 100 (afkomstig uit Marken). Eigenaar Jan Alexander Ringeling deed op 2 januari 1919 aangifte van zijn schip in het register van Amsterdam. Het betrof een “half gedekt platbodem- of kielvaartuig”, met twee bemanningsleden en een bruto inhoud van 59m3. Volgens het formulier werd de “visscherij uitgeoefend in de Zuiderzee, met alle geoorloofde vistuigen op aal, bot, spiering garnalen enz.”.

Het aangifteformulier van de AM 92

woensdag 15 januari 2014

Oude doos

De komende tijd zullen wij u stukken laten zien uit deze oude doos. De doos maakt deel uit van het archief van de Zuiderzeesteunwet en geeft een mooi tijdsbeeld van de registratie van zuiderzeevissers en hun vaartuigen. In dat computer loze tijdperk werd alles met de hand bijgehouden. Af en toe zit er een getypt formulier of brief tussen, maar het meeste werd met de hand geschreven. Handen die geoefend waren in schoonschrijven. En werd er een fout gemaakt, dan was er geen tipp-ex of een delete-knop, maar gumde of streepte men het gewoon door. Niet zo mooi, maar wel zo effectief.

vrijdag 3 januari 2014

‘Coetsjoe’ voor het tanen der kuilen

Om de veertien dagen moesten de kuilen (=netten, red.) getaand worden. Tanen is het conserveren van visnetten, zeil of touw met cachou (of coetsjoe) om verrotting door schimmels en bacteriĆ«n tegen te gaan. Het tanen werd gedaan in een taanketel. De overgang van hennep naar katoen bracht problemen met zich mee. De schippers klaagden dat hun netten te snel verrotten. De taanbazen dachten aanvankelijk dat dit lag aan het oogsten van het katoen in een te nat jaargetijde, maar kregen uiteindelijk door dat de kuilen te lang in het kokende water werden gelegd en daardoor “gaar” werd gekookt. Nadien kookten ze de kuilen maar een kwartiertje en de problemen verdwenen als sneeuw voor de zon.

De botter Jaap ‘Butter’ zal twee getaande kuils aan boord brengen (opnamen van Henri Berssenbrugge, 1926)