Vóór het officiële begin van het kuilseizoen konden vissers die (ook) in het bezit waren van een hoekwant onder gunstige omstandigheden al goed paling vangen. De Elburgse Koen Jansen kon zich nog een vroeg voorjaar herinneren, een jaar of wat na de bevrijding. De paling “vrat al goed” en toen het kuilseizoen begon had hij al 6000 gulden bruto aan paling boven water gehaald, te verdelen over het volk van twee botters. Andere vissers konden dat niet uitstaan en riepen: “Die hoekers moeten allemaol maor buten de Barg, drieven met de kont boven water!”.
Maar het volgende jaar was het voorjaar slecht en werd er maar 38 pond paling gevangen in 4-5 weken tijd…
Hoekwantvissen aan boord van de EB 69 (1942-’43). Tijdens het schieten waarschuwt Koen Jansen een collega, die te kort bij komt, door op de kinkhoorn te blazen.
donderdag 17 oktober 2013
dinsdag 15 oktober 2013
“Laat ze dan maar verrotten”
Spiering konden de vissers in Elburg goed kwijt, maar bij overvloedige vangst was de markt snel verzadigd. Koen Jansen had eens op één dag 3300 pond spiering. De netten zaten barstensvol. Hij is toen naar Harderwijk gevaren om daar zijn vis te verkopen. De eerste 600 pond ging nog weg voor 6 centen, de tweede 400 pond ging al weg voor maar 3 cent. Maar 1 cent vond Koen een beetje te gortig: “Laat ze dan maar verrotten, voor ’n cent gooi ik ze wel in de haven”.
De volgende morgen waren ze bezig met het doppen van de resterende 1000 pond, toen er toch nog een koper langskwam die alles wat hij nog had voor 4 centen kocht. Gelukkig maar.
Spiering doppen (de achtergebleven visjes werd de kop afgeknepen, waarna de resten losjes in het net achterbleven) aan boord van de EB 61, Frank Visscher (ca. 1953).
De volgende morgen waren ze bezig met het doppen van de resterende 1000 pond, toen er toch nog een koper langskwam die alles wat hij nog had voor 4 centen kocht. Gelukkig maar.
Spiering doppen (de achtergebleven visjes werd de kop afgeknepen, waarna de resten losjes in het net achterbleven) aan boord van de EB 61, Frank Visscher (ca. 1953).
donderdag 10 oktober 2013
Volle droogstijlen
De netten vergden natuurlijk veel onderhoud. Zowel de zijdenetters als de staande-spieringnetters moesten hun beug (hoekwant) regelmatig drogen. Dat gebeurde op droogstijlen aan de wal. De Visserijvereniging zorgde ervoor dat de gemeente daar ijzeren palen met dwarslatten plaatste. Maar als het erg druk was werkte dat niet. Dan was er niet genoeg ruimte voor al die netten en droogden ze slecht omdat ze teveel over elkaar heen lagen. Sommige vissers gingen de netten dan in ’t land drogen. Ze legden hun netten bij boeren over palen met hekkedraad.
Visventers spoelen hun botvlechten schoon in de haven. Rechtsboven staat een vreemdsoortig bouwsel op de werf. Het is de doorgezaagde helft van een vlet die bij Elburg was aangespoeld. Daan Balk maakte er een pikhok van. In dit hok verwarmde men de pek waarmee de breeuwnaden bestreken werden.
Visventers spoelen hun botvlechten schoon in de haven. Rechtsboven staat een vreemdsoortig bouwsel op de werf. Het is de doorgezaagde helft van een vlet die bij Elburg was aangespoeld. Daan Balk maakte er een pikhok van. In dit hok verwarmde men de pek waarmee de breeuwnaden bestreken werden.
Abonneren op:
Posts (Atom)


