donderdag 18 juli 2013

De Visafslag in Harderwijk

In 1912 had de visserij-beroepsvereniging Onze Toekomst bij de gemeente aangedrongen op de oprichting van een gemeentelijke visafslag zoals die ook bestond in Enkhuizen, Volendam, Urk, Marken etc. Spoorwegverkeer naar Harderwijk zou hierdoor toenemen en de vissers zouden betere prijzen kunnen krijgen voor hun vis. De gemeente had oog voor deze voordelen en besloot al in hetzelfde jaar tot de oprichting van de afslag. In 1913 was het zover en ging de afslag van start.

Al snel werd besloten om voor het veilen van de vis een modern elektrisch mijntoestel aan te schaffen. De kosten daarvan - incl. de aanschaf van banken om op te zitten - bedroegen fl. 1.400,- Het toestel werd gekocht bij L. van de Hoorn uit Utrecht en de banken boden zitplaatsen aan 28 personen.

Op de foto het interieur van de visafslag in Harderwijk in 1931 met directeur Lieben voor de mijnklok.

donderdag 4 juli 2013

Vissen met de dwarskuil


Voor de Harderwijkers was de dwarskuil een veel gebruikt vistuig, waarmee zij op paling, garnaal en nest (= niet voor menselijke consumptie geschikte vis) visten. De kuil viste alle drie op, maar afhankelijk van jaargetijde en/of gesteldheid van de beviste grond kon men van het één meer verwachten dan van het ander. De Knar stond bekend om zijn garnalenopbrengst, de weke grond van de Geldersman bracht vooral paling voort.
De kuil werd meestal door de visserman zelf gebreid, met een opzet van zo’n 1.060 mazen voor grote vaartuigen en 960 mazen voor de kleinere vaartuigen zoals de pluut. Maar er waren ook mensen die zich aandienden als kuilenbreiers, bijvoorbeeld loggervissers die ’s winters thuis waren. Met het breien van zo’n kuil werd ongeveer zestig gulden verdiend!


Opname eind negentiende eeuw van vissersscheepjes met de dwarskuil drogend in de mast, liggend op de rede en afgemeerd aan ‘de brug’ in Harderwijk.

dinsdag 2 juli 2013

Visserij met ‘driefnetten’


Onder het vissen met trek- of trekkende netten wordt verstaan het botslepen, haringdrieven, ansjovisdrieven, spierringdrieven en snoekbaarsdrieven. Het snoekbaarsdrieven, dat pas enige jaren na de afsluiting opgang maakte, was het meest verwant aan het haringdrieven van voor 1932. Spieringdrieven was typisch een visserij van zuid- en oostwal. Met de spieringnetten werd alleen gevist in Harderwijk, Elburg en Vollenhove.
De spieringdrijfnetten waren doorgaans zo’n 17 meter lang, de maaswijdte bedroeg drie centimeter en de netten werden met tien of twaalf aan elkaar verbonden, door twee vaartuigen voortbewogen. Soms werd gevist met meer dan twee schepen aan elkaar gekoppeld. Had een schipper bijvoorbeeld geen maat, dan zocht hij aansluiting bij een span. In Harderwijk werd dit een ‘dree-engel’ genoemd.


Op de foto het klaren van de spieringdrijfnetten.