donderdag 8 augustus 2013

Visserkledij

Na de Tweede Wereldoorlog gingen de meeste vissers gekleed in overalls en droegen zij petten.
Voor de oorlog droegen vissers meestal zogenaamde klepbroeken, een zwarte trui en een zijden petje. Mollevellen broeken vervingen op den duur de broeken gemaakt van pilo.
Mollenvel wordt ook wel ‘Engels leer’ genoemd. Het is een stevige, degelijke katoenen stof die tegenwoordig bijna niet meer gemaakt wordt. Het weefsel wordt namelijk meermaals geschuurd en opgeruwd waardoor het fluweelzacht aanvoelt en aan suède doet denken. Het is echter zo robuust en onverslijtbaar dat het door het leger werd gebruikt voor de veldkleding van soldaten. Pilo broeken zijn broeken die van gekeperd katoen werden gemaakt (te vergelijken met de jeans).

Op de foto de pluut HK 60 in de weer met het hoekwant met de oude visser in de vooroorlogse kledij.

maandag 5 augustus 2013

Wat een diepe vaargeul allemaal teweeg kan brengen!

Harderwijk had vanaf 1899 een havenvoorziening, maar dieper stekende vaartuigen konden deze niet bereiken. Eibert den Herder hield een pleidooi voor het baggeren van een diepere vaargeul die ook grotere schepen aankon. In 1925 werden deze werken aanbesteed: een 1.875 meter lange, 1.90 meter diepe en 40 meter brede vaargeul.
De vaargeul maakte het mogelijk om ook een geregelde stoombootdienst op Amsterdam te onderhouden, om onder meer het toerisme van Harderwijk te bevorderen. De N.V. Holland-Veluwelijn was in hetzelfde jaar een feit. Om de aangeschafte raderboot Concordia IV te kunnen keren moest er ook nog een zwaaikom worden aangelegd. Men zag toekomst in de vracht- en passagiersvaart en er ontstond ook nog een stoombootbedrijf: Stoombootonderneming Burgemeester Kempers.

Op de foto Stoomboten in de nauwe haven van Harderwijk. Op de voorgrond de zwaaikom.

donderdag 1 augustus 2013

Hoekwantvisserij in Harderwijk

De hoekwantvisserij werd in Harderwijk maar weinig beoefend. Meestal werden er kleine vaartuigen bij gebruikt. De familie Fokken bijvoorbeeld, een vader met vijf zonen, voer met een haringschuit: de HK 62. Het hebben van een groot gezin was fijn want dan had je meteen een mooi span mannen voor het schieten, binnenhalen en onderhouden van de netten.

Het hoekwant stond over het algemeen maar kort, meestal een dag, in zee. Was het op een mooie zomerdag windstil dan konden ze de netten uitzetten en inhalen voordat de kuilers, zij die met het kuilwant visten, voorbijkwamen. Met een beetje weerkennis konden ze zeggen: “’t Wordt vandaag blak en als vanmiddag ’t windje komt, dan hebben wij ‘m wel weer in.”

Op de foto het klaren van het hoekwant aan boord van de HK 62.