dinsdag 22 juli 2014

Bezuinigen is het credo

Uit het onderzoek in 1935 naar de financiële situatie van C. Mooijer & Co blijkt dat er aardig wat verlies wordt geleden. De commies van het Departement van Waterstaat kan door de gebrekkige boekhouding niet zien waar dat precies aan ligt. De combinatie beweert echter dat het komt door de drooglegging van de Zuiderzee en de daardoor verminderde toevoer van Zuiderzeevis. Hierdoor moet de vis van ver gehaald worden (dus meer transportkosten) en bovendien is Noordzeevis in verhouding duurder.
De commies denkt echter dat er meer redenen zijn waardoor de winkels minder rendabel zijn, het zijn tenslotte ook de ‘crisisjaren’, een lange periode van krimp in de economie en van grote werkloosheid.
"De verminderde koopkracht van het publiek, alsmede de verscherpte concurrentie noopt den zakenman een meer economische aanpassing aan de veranderde tijdsomstandigheden te zoeken, zoodoende het hoofd boven water te houden”.
Met andere woorden: men moet bezuinigen!

donderdag 17 juli 2014

Een combinatie van vishandelaren

Onze Pieter is mededeelnemer aan de combinatie C. Mooijer & Co. te Volendam die een zestal viswinkels drijft. In februari 1935 vragen de deelnemers (5 eigenaren) krediet aan bij de Rijksdienst. Alvorens de Rijksdienst krediet verleent, wordt een onderzoek ingesteld naar de financiële omstandigheden van het bedrijf, verricht door de commies van het Departement van Waterstaat. De combinatie heeft 9-10 knechts in dienst die tezamen met de 5 eigenaren de winkels beheren en zorgen voor het vervoer van de vis. Dit wordt gedaan met 2 vrachtwagens.
Vóór 1 mei 1934 werd er geen boekhouding gevoerd, maar werd alles bijgehouden op weekstaatjes zonder een onderverdeling per winkel te maken. Dat bemoeilijkt de zaak, maar de commies doet toch een poging.

dinsdag 15 juli 2014

Nadere beschikking: altijd slecht nieuws

Pieter heeft een gezin bestaande uit een vrouw en 5 kinderen onder de 14 jaar. Oktober 1932 blijkt hij toch een tegemoetkoming te hebben gekregen van f 17,- per week. Dat is fijn, maar in maart 1933 volgt een nadere beschikking. En dát is meestal slecht nieuws. De Rijksdienst vindt dat hij wordt geacht “met behulp eener geldelijke tegemoetkoming van f 11,- per week, door aanwending van eigen arbeidskracht in staat te zijn te voorzien in voldoende middelen tot levensonderhoud”.