dinsdag 2 april 2013

Coöperatie in de Zuiderzeevisserij

Kort na 1900 werden in de Zuiderzeevisserij de eerste pogingen ondernomen om tot coöperatieve samenwerking te komen, de tussenhandel uit te schakelen en producten goedkoper aan de klant te leveren. Een voorzichtig begin werd gemaakt met het gezamenlijk inkopen van materialen, katoen, teer, klompen, wekkers, lantaarns, oliepakken en turf voor de winter.
De visserijvereniging speelde hierbij een bijzondere rol. Visserijvereniging St. Petrus bijvoorbeeld in Vollenhove stichtte zelfs een rokerij voor zijn vissers en verzorgde de aanschaf van een taanketel. Bij de protestantse vereniging Vollenhove werden de ledenvergaderingen meestal geopend met een gebed of psalmzang, de pastoor zat aan bij de vergaderingen van St. Petrus. En hij adviseerde de rooms-katholieke vissers hetgeen secretaris W.J. de Boer in 1919 deed opmerken: “Wij vragen God dat Zijn Eerwaarde nog lang als Adviseur van St. Petrus onze vergaderingen mag leiden; wij allen de koers door Hem aangegeven, goed mogen volgen, en alzoo met onze Geestelijke Stuurman de haven mogen bezeilen; waar voor eeuwig ons geluk is verzekerd.”
Van nauwe samenwerking tussen de katholieke en protestante visserijvereniging was geen sprake. In deze tijd van sterke verzuiling zorgden zij nog elk voor hun vissers in eigen kring. Hierdoor kon het ook gebeuren dat er elke vereniging zijn eigen ijsvlet aankocht.


Op de foto: Beide visserijverenigingen in Vollenhove beheerden een eigen ijsvlet . Beide scheepjes liggen hier op de wal getrokken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten