dinsdag 7 mei 2013

De vissersfamilie Blokker in Hoorn


In de familie Blokker te Hoorn waren ze allemaal visser, zowel van vaderskant als van moederskant (de Rinses). Vader Klaas Blokker, de vader van Klaas Blokker die ons dit verhaal vertelde en zelf geboren was in 1915, had verschillende scheepjes gehad, waaronder een bons uit Vollenhove en een botter uit Hoorn. Zijn botter HN 56 was bij de storm van 19 november 1910 zozeer beschadigd dat hij uit de vaart gehaald moest worden. Het bottertje van zijn schoonvader, de HN 1, moest toen in gebruik worden genomen.
In de Tweede Wereldoorlog was het slecht gesteld met de inkomsten en brandstof. Toen moest de familie zich behelpen met een roeibootje dat voor 60 gulden was gemaakt door oud-visserman Piet Roovers. Dit type roeiboot had een rechte vallende voorsteven en spiegel, en kwam ook als zeilende variant voor. Het was toen veel in gebruik aan de Westwal en heeft veel weg van de Marker fuikeboot. Het scheepje was gebouwd op iepen spanten en het spilletje voorin diende om de fuikepalen uit de grond te trekken.


Op de foto Klaas Blokker sr in het bootje dat voor 60 gulden was gemaakt en waarmee de Blokkers de oorlog door kwamen.

vrijdag 3 mei 2013

Het Schieten van de zegen en binnenhalen van de vis


Een zegen is een langwerpig net dat men roeiende rond een school vis schiet en dichthaalt. Kwamen meerdere vissers bij een school haring, dan was het een ongeschreven wet dat wie ’t eerst met de lijn op de wal was, mocht schieten.

Om met de zegen te vissen werd eerst een man op de dijk gezet die het einde van een circa 25 meter lange lijn bij zich hield. Het andere eind van de lijn was bevestigd aan het uiteinde van het net. Soms werd ook dit uiteinde, in vaktermen de kneppel, vastgezet tussen stenen op de wal. Vervolgens werd het zo uitgemikt dat het net zo’n 50 tot 60 meter van de wal helemaal uitgeschoten werd. Als de boot dan langzaam naar de wal voer werd automatisch het net zo sterk aangehaald dat de lijn en het uiteinde van het net bijeen komen en daarmee het net dichtgetrokken werd. De haring kon er niet meer tussendoor zwemmen. De man op de wal zette de eerste lijn vast op de wal en pakte de tweede lijn ook aan waarmee het net gesloten werd!


Op de foto het in de botter scheppen van de met de zegen gevangen haring. V.l.n.r. Jaap Edam, Willem Vink, Klaas de Hart en de gebroeders Verbeek.

woensdag 1 mei 2013

Een particuliere gift voor de Vluchthaven


De handelsactiviteiten van Hoorn in de Gouden Eeuw had het ontstaan van ruime havens bevorderd, die in de negentiende en twintigste eeuw nog maar ten dele werden benut. De Buitenhaven met de houten steiger (het Houten Hoofd) was met een sluis verbonden met de Binnenhaven, waar vooral de Veermanskade door vissers werd gebruikt, bijvoorbeeld voor het leeghalen en repareren van de netten. Het Houten Hoofd was handig om te gebruiken voor het wegzeilen uit de haven.

Nadelig was de ongunstige ligging van de houten steiger bij stormweer uit het zuiden tot zuidoosten. In zulke omstandigheden kwam het water vaak zo hoog dat de sluisdeuren gesloten moesten worden en de toegang tot de Binnenhaven werd versperd. Een oplossing hiervoor werd gevonden in de aanleg van een vluchthaven die op 5 mei 1913 werd geopend. Mej. A. Brons Boldingh doneerde het bedrag van 10.600 gulden en als dank voor haar vrijgevigheid kreeg zij van burgemeester en wethouders een “artistieke zilvergravure” aangeboden.


Op de foto de haven van Hoorn met op de achtergrond het Houten Hoofd en de Hoofdtoren.