Het antwoord komt Grietje niet snel genoeg naar haar zin, dus klimt ze 23 mei weer in de pen om te vragen hoe ver het staat met haar aanvraag.
“Ik wil u vriendelijk vragen of mijn formulier nog is weggestuurd en of u dat heeft ontvangen. Op 28 maart werd mij, Grietje de Vries een formulier toegezonden om dat dadelijk in te vullen. ….Wel een aardige toestand dat hier af speelt. Van het Sikaterie (secretarie-red) van Urk een formulier toe te zenden, nauwkeurig in vullen en nu ele maal geen antwoord.”
woensdag 25 juni 2014
dinsdag 17 juni 2014
Van alles is er niets
Grietje laat zich echter niet uit het veld slaan en stuurt in maart 1933 een volgende formulier op met meer informatie. Zij meent als belanghebbende te worden gelijkgesteld omdat “ik altijd mijn best gedaan heb omdat mijn man vissersknecht is”. Zij werkte voorheen bij de Firma Bakker en Gersen als garnalenpelster, ansjoviskopper en haring speetster (haringen rijgen aan een dunne staaf ten behoeve van de rokerij – red.). Maar die werkzaamheden zijn gestopt omdat er “van alles niets is”.
donderdag 12 juni 2014
In armoed gevallen
Grietje wordt gevraagd een formulier in te vullen, en dat doet zij dan ook in december 1932, omdat zij sinds de dijk was gelegd aan inkomsten achteruit is gegaan.
”Wanneer de dijk niet was gelegt zou ik nooit in zoon armoed zijn gevallen als nu”.
Maar op 15 maart 1933 krijgt ze antwoord terug dat zij geen “belanghebbende is in de zin van art. 1 van de Zuiderzeesteunwet” daar haar man nog in leven is en hij al een tegemoetkoming krijgt.
Abonneren op:
Posts (Atom)


