woensdag 20 maart 2013

Van Zuiderzee- naar IJsselmeervisserij

De laatste zeven jaar voor de afsluiting van de Zuiderzee gold voor de gehele Zuiderzeevisserij een jaaropbrengst van fl. 3.109.891,-. In een vergelijkbare periode van zeven jaar na de afsluiting bedroeg de jaaropbrengst van de IJsselmeervisserij niet meer dan fl. 1.338.585,-
De Lemmer vissers verloren een belangrijk visgebied door de droogmaking van Noordoostpolder en vooral de wintervisserij, met sleep- en staande netten op snoekbaars, stelde jaar op jaar teleur en wel zodanig dat de vissers een beroep moesten doen op de bijstand met name in de jaren vijftig. Verscheidene vissers moesten toen bij de Rijks Dienst Uitvoering Werken (D.U.W.) gaan werken wat voornamelijk het ontginnen van gronden betekende.
De aaneenrijging van slechte jaren liet de vloot niet ongemoeid; verscheidene schepen werden verkocht en knechten gingen van boord. Maar de uitkomsten van het palingvissen met de motorkuil werden in 1958 en 1959 ‘best’ genoemd. De zeilvisserij bleef daar ver bij achter en was om de noord dan ook al vrijwel uitgestorven.


Op de foto: een groot deel van de vloot in Lemmer schakelde na 1932 bij de palingvisserij over op de dwarskuil. Dit vistuig vond voorheen nauwelijks gebruikers in De Lemmer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten